Open dag Stedelijk Museum Amsterdam mei 2012

Even een inkijkje in het, op 23 september 2012 te openen, Stedelijk Museum.

MOpen dagen Stedelijk Museumet als achtergrond het prachtig Computer Added Design weefsel van Petra Blaisse, op de verbindingsmuur tussen het oude en nieuwe gebouw, wordt Sylvia Dornseiffer geabsorbeerd,  zij het op een vrolijke manier.

De rondleiding door de enthousiaste medewerkers is aanstekelijk en energiek.

De foto’s die worden geschoten zouden een mooie expositie en draagvlak in de stad kunnen opleveren.     Idee Stedelijk?

 

 

De bezoekers vormen de kunst in de nog steeds lege, enorm grote expositie-ruimtes.

 

 

Opgenomen door de roltrap die je naar het licht leidt.

 

 

 

 

Wat blijft is de liefde. Daar is in het Stedelijk Museum veel ruimte voor!

 

Zoenen voor de camera, nog leuker!

 

 

 

 

 

 

Ook filmen is een lust; het museum nodigt de bezoekers uit tot creativiteit. Zou dat de opzet worden van het museum? Het heeft wat goed te maken?

Grard Koning, fotograaf

Advertenties
Geplaatst in Beeldende kunst | Een reactie plaatsen

De betekenis van mode, een kunst

Paper filosofie.

Docent Jan van Heemst.

Op de textiel biënnale 2011 in Rijswijk stond dit beeld van Wen-Ying Huang (Taiwan ROC) tentoongesteld en heeft als titel “Uniform”. De vraag die ik mijzelf stelde was: “In welke kunstdiscipline dit werk ingedeeld zou kunnen worden? Mode, fotografie of beeldhouwkunst.” De tweede vraag die bij mij opkwam, was: ” Wat is de betekenis van mode? ”

De vorm van het beeld verwijst naar een kledingstuk, de jurk, een uniform gedragen door Taiwanees meisje. Het weefsel, waar het beeld uit gemaakt is, bestaat uit edelstaal , het is geweven met een digitaal gestuurde weefmachine, genoemd jacquard-weefgetouw en het dessin van de jurk is een foto van een meisje dat deze jurk aanheeft. Het dessin en het weefsel komen tot stand met het tekensysteem van de computer: enen en nullen. Dit wordt alleen zichtbaar voor de toeschouwer die bekend is met het tekensysteem van de mode en van de techniek, die gebruikt is om het weefsel tot stand te brengen.

Het beeld is niet meer in te delen in een kunstdiscipline; het is een interdisciplinair werk, waarin de fotografie iets toevoegt aan het beeld en andersom. De jurk, als uniform modebeeld, voegt iets toe aan het beeldhouwwerk en het beeld voegt iets toe aan de mode; vereeuwigt dit modebeeld. Het ‘Uniform’ behoeft geen lichaam om geëxposeerd te worden, het materiaal zou zelfs onplezierig zijn als kledingstuk voor de drager. De vorm van het beeld en de representatie van de jurk op het beeld verwijzen naar mode, het is geen mode in de zin van een draagbaar kledingstuk. Hier zijn wij op het snijvlak van de mode en kunst.

Dit brengt mij naar de semiotiek; een filosofie die zich bezig houdt met het wezenlijke karakter, het ontstaan (semiose) en het gebruik van tekens en tekensystemen, zonder hierbij de inhoud te betrekken. Roland Barthes benadrukt dat de semiotiek de eenheid vormt op het vlak van de vorm, niet van de inhoud. ‘Zij houdt zich met taal bezig, zij kent slechts een handeling: de lezing of ontcijfering.’(Barthes 1975)  ‘Modetermen karakteriseren het kledingstuk en de accessoires.’ Barthes verdeelt de kleding en accessoires in soorten; termen met een duidelijke verwijzing, en variaties; termen die gerelateerd zijn aan gestalte, identiteit, maat, etc. De jurk is een soort kleding en het materiaal waarvan het is gemaakt, een variatie. De naam van de ontwerper, de kunstenaar is professor in Taiwan op de universiteit voor toegepaste kunst, noemt Barthes onder de variaties: identiteit.

Fascinerend is dat de fotorepresentatie van de vrouw die het kledingstuk draagt, zich voegt naar de taal van het kledingstuk. De foto, die ik maakte van dit kunstwerk is geen exact kopie van de werkelijkheid, vanuit een bepaalde hoek gefotografeerd, met kunstmatig licht, warmer van kleur gerepresenteerd dan in werkelijkheid. De hoek van waaruit de foto gemaakt is benadert het beeld alsof het de ideale werkelijkheid wil benaderen. Het kunstwerk kan met deze foto niet als een kopie worden geëvenaard. Als de toeschouwer erom heen loopt, om het in alle dimensies te kunnen aanschouwen, wordt het kunstwerk een slechte representatie van de foto, omdat door de plooien in de jurk geen realistisch beeld meer geven van het afgebeelde meisje met de jurk.  In het kunstwerk wordt de anonimiteit van het uniform hier opgeheven door de weergave van een vrouw; de plooien in de rok verwijzen naar de verleiding, het wapen van de vrouw. Het gaat in dit object om de symbolische waarde die eraan toegevoegd wordt.

De betekenis van mode, de inhoud kan ik verklaren met de semiotiek van Charles Peirce (1839-1914). Hij komt in zijn semiotiek (tekenleer) tot een onderscheid naar tekensoorten. Er zijn  iconischeindexicale en symbolische tekens. Deze drie typen worden elk gekenmerkt door een andere relatie tussen het teken en hun object: er is een iconische relatie, dat wil zeggen er is een fysieke relatie tussen het object en het teken; de foto vertoont een gelijkenis met het gefotografeerde. Het van staal gewe-ven beeld vormt een gelijkenis met de jurk en het gefotografeerde.

In het kunstwerk, dat Valerie van Leersum presenteerde op de Textiel biënnale 2011 op onderstaande foto, verwerkte zij een colbert. Hier is sprake van een indexaal teken, zoals Peirce in zijn semiotiek beschrijft. Bij indexicale tekens verwijst het teken naar een object.

De betekenis van de lange uitgerekte armen in haar kunstwerk, die verwijzen naar uitputting, is de behoefte aan rust.
De stoffigheid van het kledingstuk verwijst naar het verstrijken van de tijd, en van hoe de kleding werd gebruikt, de geur, de rol en wie er werd verleid door de drager van het kledingstuk. In tegenstelling tot ‘Uniform’ behoeft dit kunstwerk in ieder geval een hanger of een paspop, maar mannequin zou deze jas niet kunnen showen. Ook hier bevinden we ons op het snijvlak van de mode en kunst.

Kleding en weefsels produceren naaktheid, zoals de preutse Venus, wier natte jurk onthult wat ze wil verhullen. Bibi van der Velden creëerde deze bruidsjurk “Till Death Do Us Part?” als een concept.

Ze wil hiermee zeggen dat het huwelijk geen rozengeur en maneschijn is. Ze heeft met schelpen, parels, koraal, vlinders, motten en kevers de vergankelijkheid van het huwelijk vastgelegd in haar creatie op de tentoonstelling ‘Mart Visser Kerkmeester’ (2011)

De witte sluier, gemaakt van doorzichtig kant, staat voor de kuisheid van de vrouw. Volgens Peirce is bij de symbolische tekens, de relatie tussen teken en object een zaak van regels, afspraken of willekeur. De witte sluier als oorspronkelijke teken wordt nu door de kunstenaar gebruikt om er iets anders mee aan te geven, namelijk de vergankelijkheid van het huwelijk. Ronald Barthes spreekt hier van de objecttaal van de sluier, die in deze sluier gebruikt wordt als metataal. ‘De mythe misbruikt het oorspronkelijke teken om er iets anders mee te betekenen.’ Een bijvoorbeeld: de naam van de ontwerper staat voor sociale status van de drager van zijn kleding. De mode is bijna synoniem voor de mythe.

Door het signeren van kledingstukken, voor het eerst gedaan door Charles Frederik Worth, een Franse/Engelse couturier in 1858, kreeg mode een andere betekenis. Door zijn naam in het kledingstuk te zetten werd het werk als een kunstwerk gesigneerd. Vanaf die tijd wordt haute couture als kunst beschouwd. Het is de tijd van de dandy, een aristocraat, die zich extravagant kleedt en flaneert om zijn kleding te presenteren, zijn Zelf te presenteren. Ook gebruikt Worth, als eerst couturier, mannequins om zijn creaties te showen aan zijn toeschouwers. Hij geeft als het ware een tentoonstelling van zijn kunstzinnige creaties. De kleding heeft zijn doel als gebruiksvoorwerp ontstegen.  “Mode is van dezelfde orde als tekenen, taal en fotografie. Zij is tijdelijkheid en de poging die te fixeren. Mode betekent niet alleen tijd, ze is tijd. Mode vernieuwt zichzelf en wordt in cycli hertekend, en wist het heden uit, zoals een spin zijn web opnieuw weeft en Penelope ’s nachts het weefwerk uithaalt om tijd te winnen.

Mode is een permanent proces van de constructie en deconstructie van de code. Derrida (1930-2004) haalt als filosoof de “principes” van deconstructie tevoorschijn, niet door theoretische uitleg maar eerder door demonstratie. Volgens Derrida lag de relatie tussen het teken en de referent niet vast, maar wordt die bepaald door context, de politieke overtuiging en vooroordelen van zender én ontvanger. Als voorbeeld hiervan bespreek ik twee voorbeelden van creaties van de show van Comme des Garçons.

Kawakubo laat sacrale kleding zien in de show “White drama’ 2011. Het levenspad van geboorte, huwelijk, dood en transcedentie vormen een spirituele dimensie aan de show met uitsluitend witte kleding. De lange mouwen verwijzen naar de kerkelijke kleding. De combinatie met de witte laarzen, die verwijzen naar de sixties, maar ook naar de laarzen van de medewerkers in de nucleaire centrales, geeft de ontwerper van Comme des Garçons; Kawakubo het nucleaire probleem in Japan aan. De perfecte mouwen verwijzen naar vergiffenis en zieleheil voor de mens. Balengiaca was de eerste couturier die het spirituele thema in de haute couture heeft geïntroduceerd.
Bij Ronald Barthes gaat het om het lezen van de mode/kleding. Met gebruikmaking van semiotische concepten bekijkt Barthes de mode vanuit het perspectief van een systeem van tekens in de vorm van objecten. De semiothiek van de mode is een nonverbaal communicatiesysteem dat van teken overschakelt op symbool, bezwaard met de last van de ervaring, of, als afzonderlijke taal, de specifieke kwestie van de dynamiek van de modetaal ver achter zich laat en het domein van de kunst betreedt.

Conclusie: Mode is een nonverbaal comunicatiesysteem met symboliek in de objecten, zoals we die in veel kunstvormen terugvinden. Derida geeft aan dat de tekens in een context gelezen moeten worden, maar dat de betekenis van tekens niet vast staan en gedemonstreerd moet worden. Roland Barthes zegt dat objecten een oorspronkelijke taal hebben en mode een metataal toevoegd aan de objecten, om er iets anders mee aan te geven.
In de postmoderne kunst wordt teruggekeken met een reflexieve blik, die naar eerdere stijlen en eerdere periodes uit de geschiedenis verwijst. Dit fenomeen is ook zichtbaar in de haute couture. De kledingstukken zijn authentiek en gesigneerd door de ontwerpende kunstenaar. Vanaf midden 19e eeuw wordt mode als kunstdiscipline erkend en overleeft de tand des tijds, evenals bijvoorbeeld de klassieke muziek en literatuur. In tegenstelling tot veel kunstvormen behoeft de Haute couture geen subsidies om zich te ontwikkelen. De betekenis van het kunstwerk is echter voor veel mensen niet meer te lezen, omdat veel mensen de tekens niet meer herkennen. Het lezen van een kunstwerk is vaak kijken naar historische afbeeldingen van geklede mensen. Ook hier is de kledingcode belangrijk om het narratieve element van de afbeelding te begrijpen.

Modeonderwijs kan hier verandering in brengen. Tenslotte dragen wij kleding, die onze persoonlijkheid uiterlijke gestalte geeft door ons met kleding te omhullen en waarmee wij gezien en beoordeeld worden.

Literatuur:

A.A. van den Braembussche, Denken over kunst. 2007 Uitgeverij Countinho
Mode en Verbeelding. Over kleding en kunst. 2007 Uitgeverij ArtEZ Press

Geplaatst in Beeldende kunst | Een reactie plaatsen

Fluisterconcert bij Neef Louis, Amsterdam

Tussen de designmeubels en het publiek viel zij niet meteen op. Nikki Kröder exposeerde haar fashiondesign tijdens het Fluisterconcert. Fascinerend is de kleding die zij heeft ontworpen met lampenkap en licht. Een mooie kruising tussen beeldende kunst en fashiondesign. Beeldende kunst, omdat draagbaarheid van haar creatie niet het uitgangspunt is. Het is een nieuw licht op kleding, waarmee je op een barkruk nog wel relaxed kunt luisteren naar de diverse muziekstijlen in de hallen van Neef Louis. Dezelfde lampen stonden in de stellingen achter de modellen en dit maakte de kleding tot komisch omhulsel. Mogelijk gaat zij het concept verder uitwerken.

Het eerste optreden was van Jaap Boots met zijn knoestenblues. Hij zong uit volle borst het nummer “kutwijf” , niet meteen een fluisterlied voor mijn vrouwelijk gehoor. Met zijn akoestisch guitaar en mondharmonica liet hij nog een aantal nummers horen op het podium tussen diverse lampen en een kleurig decor. Een daverend applaus kreeg Jaap van het publiek, van jong en oud.

Marlies Somers begeleid  door Monir Goran op Arabische ud-guitaar. Zij zong een aantal liedjes afgewisseld met het declameren van gedichten die zij schreef. De liefde, gefluisterd en gezongen was een hoofdthema in haar optreden.

Zij  gingen vooraf aan de Space Cowboys met Jeffrey Bruinsma viool & Brice Soniano contrabas. Een klassieke combinatie, die de tijd verder
terug deed gaan dan de hen omringende lampen en designmeubels. Mooie solo’s die het gehoor streelden en het publiek fascinerend deed luisteren en kijken.

Joy Wielkens zong, met haar prachtige volle stem begeleid door de guitarist Vladimir Spisiak de meest uiteenlopende liederen. Haar gevoel licht op haar tong en haar optreden was zo mooi, hartverwarmend.  Na een daverend applaus werd het diner opgediend door ‘Waargenoegen’ en konden we nagenieten van een gevarieerd concert, terwijl het buiten een miezerige zaterdag bleek te zijn geweest op 28 mei 2011.                                 fotografie: Grard Koning

| Een reactie plaatsen

Tijs Hazeleger over Hamlet na 400 jaar

Tijs is dramaturg:  onderzoek naar bronnen van bijv. Hamlet, doet research naar achtergronden van een voorstelling. Hij helpt de regisseur om de artistieke spanningsboog te zoeken bij een stuk. Niet elke regisseur heeft dit nodig, dan is hij als ideale toeschouwer aanwezig bij een stuk. Bijv. bij Lunatic gekeken naar beeldtaal.

En docent aan de theateropleiding van Artez; theatergeschiedenis. Onderzoekt met studenten hoe een bepaald stuk werkt, zet studenten aan tot genres en theatermakers te onderzoeken.

les 1. Shakespeare geschiedenis. Shakespeare is altijd en overal; meest gespeeld in de wereld. Na 400 jaar dood te zijn.

BBC 1992 The animated Tales of Shakespeare, 15 verschillende animators maken hier een beeld van; verschillende beelden. Het verhaal van Hamlet: De vader van Prins Hamlet gaat dood en moeder trouwt met zijn oom. Kleuren in de animatiefilm zijn Middeleeuws; grijs bruin teinten. Hamlet is dramatisch, verdrietig.

Renaissance= wedergeboorte van klassieke oudhied. Griekse en romeinse stukken werden weer opnieuw gespeeld in Italie. In Engeland werd het theater herontdekt in de 16e eeuw. De bloeiperiode in Engeland.

Veel godsdienstoorlogen voor 16e eeuw.; in 15e eeuw Wars of the Roses, waarin Hendrik 8 streed voor het protestante geloof, tussen katholieken en protestanten. Daarvoor de 100jarige oorlog. Politieke disbalans. Maria Tudor, Bloody Mary, katholiek, zij maakte Engeland weer katholiek na een protestantse periode. Elizabeth 1 bood weer stabiliteit met het protestantisme. Literatuur liep achter, geen ontwikkeling. Nu weer een ontwikkeling van kunsten mogelijk.

Theatervernieuwingen:  in ME was theater katholieke feestgebonden theater, gildes organiseerden en maakten het geheel. Uit de gildes werden toneelgroep geselecteerd, wereden een rondreizend theater in een kar als locatietheater. Alleen mannen met een knaap voor de vrouwenrollen, vaak gecastreerd voor stemvorming.

Tijdens protestants bestuur spaaniing om katholieke toneelvoorstelling met kath. Conontatie. Toneelgroep zocht naar anti- theatrale tradities die zij vonden in London bij studentenverenigingen en bij het hof van Elizabeth I, zij hield enorm van theater. Woonden aan het hof en zij organiseerde openbare voorstellingen hier.

Organisatievorm verandert van 4 naar 9, naar 12 speler olv edelman met geld, onder wiens naam zij werkten. “Lord Chaimberlain’s  Men” de spelers waren achtergestelde burger, zoals de huisbedienden,  was niet erkend als beroep. Katholieken meer visueel en protestanten meer van het woord.

Public Playhouse in London, protestanten verboden spelen in herbergen en weken uit in de voorsteden, maakten daar plekken; houten ronde gebouwen, voor theatervorstellingen. Ze zat op het balkon in een hoek waar ze gezien werd en bijna niets zag.

The Rose, Theatre and The Globe waren houten theaters in Engeland.

Kleine stukken voor een illusie voor een balkonscene, bos en ander attributen die hier voor neerzetten op het toneel; er was een boventoneel, midden- en mainstage in het gebouw. De koningin of koning zat boven om gezien te worden, zij zag zelf weinig van de voorstelling.

Veel geschreeuw op het theater om gehoord te worden.

Er kon vier keer per week gespeeld worden en niet op zondag, hiermee verdwijnt de band met de katholieke feesten. Nu komt er ruimte voor het theater om commercieel te worden. Verschillende schrijvers moesten strijden om een voorstelling te hebben, ze hebben veel geschreven vaak voor een enkele voorstelling; zo ontstond ook pulp. Thomas Dekker en Thomas Haewood, Philip Bobon, William Shakespeare, boerenzoon had minder kennis van regels van Arisoteles, was ook speler, Ben Johnson, Christopher Marlow snabbelde bij. Er was veel verschil in kwaliteit. Commerciele poezie werdgemaakt om er van te leven. Men keek wat de vraag was, niet vanuit artistieke waarde.

Afbeelding van Ned. Tekenaar van een theaterdecor.  Engels theater is geinspireerd op het Nederlands theater.

Spelen werden overdag gehouden, er was geen licht zonder fakkels, die zeer  gevaarlijk waren in het houten theater. Shakespeare was huisschrijver, schreef laagdrempelig toneel.

3 soorten stukken in 16e eeuw: Hystories; klassieke helden uit de geschiedenis.Tragedies; begint met orde en eindigen in chaos. Bijv sterfscene. Commedies; andersom, vaak een bruiloft. Er was niet veel regelgeving, omdat schrijvers niet hoog geschoold waren.

De markt die ontstond, was moderne, maar ook krap. Werd een rommelige theatercultuur. Na het feestgebonden theater, ontstonden er vaste theatergroepen; the Lord Admirals van Philip Henslowe in het Rose theatre, waar freelance schrijvers stukken maakten.

Eigenaar van het theater was James Burbage in het Theatre, met Shakespeare als katholiek huisschrijver in het Lord Chamberlain’s Men. Duidelijke concurrentie tussen de twee Lord’s groepen, stukken overgenomen, acteurs weggekaapt.

Shakespeare had veel soorten humor en er wordt veel over hem gepraat, omdat hij niets vertelde over zijn leven, is hij gemythologiseerd. Hij kan karakters theatraliseren, dat is zijn sterke kant.

The Swan kocht acteurs weg van de the Globe(1599) en Theatre, waardoor dit het mooiste theater. In het Playhouse was volkstoneel, er kwam behoefte aan meer intelectuelere theater door intellectuelen. Schrijvers proberen elkaar de loef af te steken; Shakespeare spot met satires van intellectuelen.

Tragedies van Shakespeare wordten bekritiseerd, hij schreef The Hamlet, historische komedie, als nieuwe stijl. Hij schuwde geen misdaden in het theater, de elitairen laten zien dat er ook misdaad is. Hij zette de andere generatie schrijvers neer als arrogant.

De kritiek gebruikte hij om weer een stap erbovenop zetten. Hier ontstaat de dynamiek en vernieuwing. In zijn stukken zitten voor veel doelgroepen elementen, waar hij een voorstelling van kan maken. Zo leven zijn stukken door.

Aanbevolen boeken: “Shakespeare is hard , but so is life.” en  “Hamlet” van  Huis aan de Amstel.

| 1 reactie

Wilbert Bulsink, (1983) componist

Wilbert  Bulsink, (1983) componist

Wilbert ontwikkelt nieuwe composities van muziek in combinatie met film en theater.

Als kind hield hij van de muziek van Bach en de muzikale sprookjes van de gelaarsde kat. De Mattheuspassion, die hij met zijn vader bezocht, vond hij geweldig.

Hij laat het Mattheuspassionfragment, uitgevoerd door het Royal Concertgebouw Orkest, horen. De inzet van het koor vindt hij overdonderend en je ziet een genietende glimlach op zijn gezicht. Popmuziek vond hij oersaai en vervelend. Bach vond hij heel mooi en hij probeerde voor grote orkesten te schrijven.

Hij laat ons een fragment van de GabberHardcore; ”Rotterdam Hardcore” horen. Zware bassen, monotonie  met alleen de tekst “Rotterdam Hardcore”, die net zo montoon herhaald wordt en mij deed denken aan de stem uit de griezeltent van de kermis. De Longsdale kleding, met doodshoofden als opdruk, op de Gabbersite stemt mij niet vrolijk. Wilbert noemt deze muziek heel mooi, bruut en extreem en als tegenstelling met de muziek van Bach.  De muziek is niet voor een breed publiek, maar Wilbert zegt hierover dat het te vergelijken is met de vernieuwende muziek van Stravinsky begin 20eeeuw. Toen afgekeurd, nu nog steeds gewaardeerd.

In 1913 werd in Parijs “Sacre  du printemps” van Igor Stravinsky als balletmuziek zwaar bekritiseerd door het publiek in de zaal. Het stuk werd uiteindelijk  een bekend stuk. Dit is een inspiratie voor componeren voor Wilbert. Hij noemt deze muziek de punk voor die tijd.

Popmuziek begint hij te waarderen door het nummer Novocaine For the Soul van Eels(1994). De drumbeat, strijkers en zanglijn worden als een collage door elkaar heen gespeeld, er vallen ongewone ritmische stiltes in het lied. Eels (zus pleegt zelfmoord en moeder sterft van de leadzanger) maakt rustige en tragische Popballads en heel energieke en optimistische Rock, met invloeden van blues en debuteert met het nummer “Bad Dude in Love”in Amerika. Pink Floyd werd ook de favoriete  muziek van Wilbert en Beercan van Mellow Gold vond hij interessant.

Op het conservatorium moest hij als 14 jarige talentvolle componist voor twee trommels een stuk schrijven. “Door jezelf te beperking word je creativiteit maximaal geprikkeld.” Hij dacht te groots en maakte geen enkele compositie af. (Componeren krijg je nooit tijdens muziekles, maar als kind kun je bij het conservatorium leren componeren.)

Op zijn 16e is hij een schoolbandje begonnen, speelde piano en  nummer “itzvunny” gemaakt met computerprgramma, hij ziet overal muziek in, kijk naar de titel.  Het past voor mijn gevoel in een Elianfilm.

Muziek is een ruim begrip, hij samplet  veel muziekstukken aan elkaar.

Muziek is breed te bekijken; Paradiso is een theater, daar ga je naar toe als je cool bent. In het Concergebouw laat je zien dat je van hoge Kunst houdt en meet je je aan het publiek dat er komt. Zo kun je de formules gebruiken die voor elk soort muziek met de bijpassende doelgroep werkt en hierop inspelen.

Wilbert maakt ook multidisciplinaire voorstellingen; film met muziek maken vindt hij cool. Keren Cytter maakte muziek voor film in musea. Voor een gave film wil ik een tekst hebben, die gesproken door muzikanten; victimshort shortcut “The expected”. Filmaakster schreef het script, de componist heeft tekst ritmisch gecomponeerd en daarna gefilmd. Typisch aan deze film is dat deze als een eindeloos verhaal gezien kan worden. Theateritems van Bregt zijn te herkennen in de volgende handelingen van acteurs: De acteurs hebben het script in handen en zij vragen wat doet de camera. De gene die zelfmoord pleegt in het stuk komt terug als acteur, omdat hij teweinig betaald krijgt. Acteurs zeggen tegen elkaar: ”Hier is de bank (waar ze op zitten)”, de acteur zegt “Ik verplaats de stoel”, terwijl hij een stoel verplaatst. De kunstenaar monteert zelf de film en filmt tegelijk. De muziek is later onder de film geplaatst. Zangeres, zanger, percussist, Oostenrijks acteur werkten mee aan de film “ The Expected”. Wilbert noemt het een muzikale interlude, muziek begint, muzikanten gaan spelen, figuranten gaan meer muziek toevoegen. Muziek en stemmen vervormen verder in het stuk. Het stuk eindigt met een gebed en het einde van het script. Het is een remix van de eigenlijke film van Keren. Alle cliches uit films zijn erin toegepast; “Honey I’m home”; twee lovers die op de bank een probleem bespreken; een anti-cliche wordt gebruikt als zoonlief thuiskomt, wordt hij weggestuurd ipv warm onthaald.

Ik werd heel onrustig van de combinatie van de film met het geluid.

Bulsink componeert op een organische manier, vanuit twee trommels kijkt hij hoe hij  een stuk gaat bouwen, daarna voegt hij andere elementen toe. De organisatie is belangrijk in het maken van een stuk.

Hij vertelt over subsidie aanvragen, proberen structuur te vernieuwen door grenzen te verleggen. Hij componeert een nieuw stuk door niet als een librettoregisseur te werken en denken. Subsidie vraagt hij aan om een tournee door Europa te maken met zijn muziek. Hij heeft met een aantal musici de “Stichting de Diamantslooper ij” opgericht.

Over muziek vertelt hij het volgende: “Ritme van auto’s die stoppen voor het stoplicht is ook muziek. Vaak associeer je de muziek met de film en muziek is een tool om beeld een andere emotie te geven. Je wordt steeds gemanipuleerd door muziek. Teksten laat hij vaak herhalen in zijn muziek: “Wil you run with me into the bushes?”

Componeren voor Opera gaat als volgt: Iemand schrijft libretto, tekst voor een opera, componist schrijft de muziek, dat wordt ingestudeerd door musici en daarnaast zet de regiseur het stuk op toneel.

Tweede van Mahler is een voorspel tot Symphonie No2 (Scherzo)” In ruhig fliessender Bewegung van Raphael Kubelik. Hij laat het fragment horen, dit is voor dans gemaakt. Berio nam dit scherzo op en voegde hier andere elementen en 8 stemmen aan toe. Zo krijg je een Fellini-achtig effect. De dirigent wordt aan het einde ook bedankt in het stuk.

Luciano Berio (Oneglia, 24 oktober 1925 – Rome, 27 mei 2003): “sinfonia for 8 voices and orchestra” door Peter Eotvos, Terry Edw…… stuk uit de jaren 60, is  als een collage van allerlei verschillende muziekstukken.

Lachwekkend en humoristisch filmpje van een Amerikaanse componistMatthew Shlomowitzmet het Riciotti ensemble: antidirigent, geeft met vele symbolische lichaamsbewegingen/dans maat aan ipv  met zijn stokje te zwaaien, autonome acties van orkest, antiritmes, veel gelaagdheid. Ricciotti ensemble  “Five monuments of our time”. Er wordt vertraagd door een groep instrumenten. De dirigent wordt een danser en keert zich half van het orkest af. The samples en the beat komen uit de popmuziek. De pauzes waren ook ritmisch ingevoegd.

Op de vraag van Jane wat zij zou kunnen geven op het VMBO over muziek geeft Wilbert aan: “ritme is al muziek. Niet alleen noten lezen. Allerlei vormen laten horen. In Hiphop zitten ook samples van klassieke muziek.”

De volgende sites geven een beeld van deze virtuoze componist. Ik waardeer zijn experimenten en vind het heel bijzonder een hardcore Mozart te zien, die voor het Philharmonisch orkest heeft gecomponeerd. Tragische muziek verdient wel Wilbert’s voorkeur, dit concludeer ik uit zijn fragmenten die hij liet horen van Eels. De transformatie van/inspiratie uit Hardcore en Bach naar zijn eigen composities vind ik fascinerend, maar tegelijkertijd word ik heel onrustig en niet vrolijk van zijn muziek. Ik hoop dat hij ver komt met zijn muziek.

http://www.myspace.com/music/20039662/songs/42715060

Op de site van Toonzetters wordt aandacht besteed aan nieuwe jonge componisten en musici.

http://www.toonzetters.nl/programma/componisten/ wilbert_bulsink

Hij heeft “koranfragment” in 2009 gecomponeerd, met het kuffische schrift uit de 9eeeuw als inspiratiebron en is door het Philharmonisch orkest uitgevoerd. Bijzondere combinaties van muziek met schrift/tekst maakt hem voor mij tot een interdisciplinair kunstenaar.

 

Geplaatst in muziek | Een reactie plaatsen

Analyse voorstelling Hamlet met Tijs Hazeleger

Hamlet van Oostpool in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Tekst William Shakespeare | bewerking Joeri Vos, op basis van de vertaling van Frank Albers | met Michiel Bakker, Aafke Buringh, Sanne den Hartogh, Ali Ben Horsting, Maria Kraakman, Janneke Remmers, Stefan Rokebrand, Erik Whien | regie Marcus Azzini | scenografie Theun Mosk | lichtontwerp Stijn van Bruggen i.s.m. Theun Mosk | kostuums Klavers van Engelen | geluidsontwerp Richard Janssen | dramaturgie Joris van der Meer | regieassistentie Mark van Berlo

http://vimeo.com/16696759 en http://vimeo.com/16205220

Analyse van het stuk: vlgs  stappenplan, groepsleden reageren.De kijkwijzer van Tijs om een voorstelling zo objectief mogelijk te beschrijven:

1.Wat heb je gezien? De vorm beschrijven  idvv het decor, licht, tekst, spel, alles wat je kan waarnemen.  Dus niet roepen slecht/prachtig, stel je oordeel uit.

2.Wat betekent dat volgens jou? Interpreteren wat vertelt het, inhoud. Dat kan voor iedereen hetzelfde is. Regisseur heeft een boodschap met het stuk en wordt dit gezien door iedereen?

3. Wat vind je daarvan? Beoordelen…..

Ad 1.

Acteurs: 8 acteurs spelen alle rollen.

Decor uit verschillende lagen, open podium zonder coulissen en dan weer met inzicht achter de , 18e eeuwse print op de panelen die samen het beweegbare decor  vormen om de verschillende ruimtes weer te geven.Zwart doek voor op en neer gaande panelen.

Kostuums; Donkergrijze, zwarte en blauwe kleding, heel eigentijdse jaren 80 ontwerpen met diep split in de jurk, strakgesneden.

Tekst gesproken op een naturel manier, Entree in gesprek met publiek. Improvisatie; op het vanuit het publiek geroepen “harder”.  De rol en de persoon van de acteur varieren steeds in het stuk.  De hedendaagse tijd; de bedreigende subsidie komt terug in het eeuwenoude stuk. nb. Shakespeare deed ook in zijn tijd al hedendaagse dingen door zijn satirische teksten.

Je kunt in deze Hamletuitvoering duidelijk een Brechtiaanse acteerwijze zien. Stanislavsky; acteur ingeleefd in de rol; negeert reactie uit het publiek.           Brecht;  acteur heeft commentaar opzichzelf. Je kunt je moeilijk inleven in het verhaal, blijft met afstand kijken.

Spelen niet op een declamerende vorm.  Er zijn meerdere dubbelrollen, op de voorgrond is spel gaande terwijl er achter op het podium ook nog wordt heen en weer gerend.

T-licht Bij schermduel is enkel een streep licht, daarvoor veel licht zodat alles op het podium zichtbaar is, alsof het een repetitie was. Er is geen spotlight welke gericht is geen specifieke focus, transparantie overal.

Veel beweging tijdens het stuk scene in een scene; rennen achterin het decor. Alles mag zichbaar zijn.

Requisiten; bloemen, degens, kledingrekken, grafkrans.

Ad 2.

Figuren hebben veel geheimen dit is doorgezet in het decorà acteur niet meer in decor verborgen, alle geheimen van de personnages komen uit, deceptie.  Je zou verwachten dat geheimen onthuld worden, maar het blijft een rommel en er komt zelfs meer onduidelijkheid. Coulissen zijn weg als de naakte waarheid is onthult.  De acteur is de mens achter de acteur.

Kostuums ontwikkelen zich;  de moeder gaat van open naar gesloten persoon. Gertrude; was als verliefde moeder een puber later meer ingetogen, Ophelia, werd extravaganter naarmate het spel verder ging, zij bukt zich heel diep met ontblotend split in jurk.

Hamlet;  in het spel als ontwikkeling  naar de persoon van zichzelf als Hamlet. Blauwe schoenen probeer je te interpreteren. De adelijke afkomst is hierin weergegeven.

Tekst;  het gaat over het theater en het spelen, de subsidies. Je wordt niet meegesleept in het stuk. Niet ingeleefd gevoeld en geraakt.  Shakespear speelde

Elizabethaanse cultuur met  veel declamatie.

Spel is het cement van de voorstelling. Hamlet gaat als standup comedian het publiek erbij betrekken. Humor en de actualiteit zijn in het spel. Het spel werd uitgekleed door de sterfscene alleen te vertellen dat het gebeurde, maar het werd niet gespeeld.

Rekwisieten; wat levert het op?  De bloemen waren voor de bruiloft en daarna als grafbloemen gebruikt waren. Nepbloemen, Ophelia plukte bloemen.

Waar gaat Hamlet over; theater in het theater. Tot de kern proberen te komen en bezuinigen, tot de kern van het spel.

Ad 3.

Beoordelingen: Ik werd al snel geboeid toen Hamlet en stiefvader het publiek vragen of zij een voorstelling wilde zien, het zwarte doek valt en de voorstelling begint. Ik had meelijden met de puber-Hamlet die zijn moeder verliefd zag op zijn oom en dacht aan de kinderen van gescheiden ouders; die moeten dit ook zo ervaren min of meer. Ik vond het een bijzonder humoristische versie van Hamlet. Veel beweging in decor, snel acteerspel. De kostuums heel eigentijds door snit en materiaalgebruik. De bewegende decorpanelen gaven de historie van het stuk weer en het schermduel de kasteelsfeer. Ik was deze zomer in het kasteel waar een deel van de film is opgenomen. Daar stonden de harnassen en luisterde ik naar het verhaal van Hamlet. Opvallend jonge acteurs die het stuk speelden maakten het luchtig, ik heb gelachen, maar niet getreurd.

Thijs Hazeleger coordineert het Project Zuilens Fanfare 2.0 met een innovatieve waarde. Hij is de redder en vernieuwer van de legermuziek van het Fanfarekorps in Utrecht.

Het traditionele fanfarekorps verdwijnt en Thijs maakt iets vernieuwends van deze amateurmuziek. Het experiment is niet perfect.

Percussie in Zuilen is een voorbeeld van multiculturele  straatmuziek tegenover het tamboerkorps, marsen van spelers met militaire kostuums aan. In 1993 zijn er bijna geen fanfareorkesten meer; er is nog een fanfareorkest; met oa de bugel en slagwerk en  twee harmonie-orkesten met koperblazers en houtblazers nl. klarinet , fagotten en slagwerk.  Er is steeds minder betrokkenheid vanuit de jeugd. Het Verenigingsleven loopt terug, 83 jarigen zijn al 50 jaar lid. Er is geen stabiliteit meer in de fanfareverenigingen.  In de wijk Zuilen is 100 jaar lang hetzelfde repetoire bij de fanfare; Oud-Duitse marsen worden op sinterklaasfeest, carnaval en koninginnedag gespeeld. Fanfaremuziek komt uit het leger. Proms worden nu gepromoot en in concertzalen gehouden.

Tijs is nu orkestleider, jarenlang zelf speler Thijs tenor-tuba en als jeugdlid opgegroeid in de fanfare. Fanfare zie je niet meer op straat. Tijs wil dit weer muziek en theater op straat; Fanfare de Wetering (2008) door TAMAR muziektheater i.s.m. het Zuilens  Project met proffesionele kunstenaars en fanfarekorps.

Oudere mensen willen allemaal meedoen, maar oudere mensen hebben wat meer moeite. Improvistaie is ondenkbaar, dus met respect voor traditie vernieuwen. Van bladmuziek spelen moet afgeleerd worden. Dit vraagt om uit het hoofd te spelen en het contact met het publiek te krijgen. De Fanfare loopt strak voor zich uit kijkend en afgesloten voor het publiek. Verantwoordelijkheden worden vaak op gewoontes van de oudere deelnemers voortgegaan. De jongere generatie wil niet alles doen op vrijwillige basis.

Muziek blazen en dan naar huis, zorgt voor minder betrokkenheid in het orkest. Tijs wil het theater inzetten om de sociale functie weer terug te brengen in de Fanfare. “De Acteur als marsleider, dan gaat het mis op straat en kan er gelachen en geleerd worden.”

 

Geplaatst in theater | Een reactie plaatsen

“Kunst op publiek terrein” Lara Almarcegui

Lara Almarcegui, (1972 Spanje)Rotterdam.

Architectuur en stedelijke publieke omgevingen bewerkt zij en hier beweegt ze zich voornamelijk met haar kunst.

Al wandelend door grote wereldsteden bekropen haar gevoelens van irritatie, angst , het gevoel te willen vluchten naar lege ruimtes in de stad. Deze gevoelens zijn haar inspiratie voor het maken van kunst in steden. “Het beeld van de stad is gecontroleerd en wacht op een vluchtmogelijkheid naar vrije gebieden zoals braakliggend terrein, leeg, vaak met rommel bezaaid. Braakliggende terreinen hadden een design en kunnen er weer een krijgen.” Als kunstenaar stelt zij zich vaak de vraag: “Waarom ben ik in deze omgeving, hoe verhoud ik mij als een kunstenaar in deze stad en het gebouw.”

Haar eerste project was in San Sebastian 1995; een marktgebouw, dat zou worden gesloopt. Lara is geïnteresseerd in de historie van een gebouw of terrein. Hier was een voedselcultuur van 70 jaar, een gemeenschap heeft er geleefd met hun kenmerkende tradities. San Sebastian is een grote stad, Lara vond het een naar idee dat de markt zou worden neergehaald en vatte het plan op als 23 jarige kunstenaar het marktgebouw te ‘renoveren’. Drie weken gingen voorbij, verven van de muren in haar eentje. Mensen uit de stad spraken met haar, discussieerde over de historie en het mogelijk verwijderen van het gebouw. Ze luisterde naar hen, zonder zich te presenteren als kunstenaar. De winkeleigenaren wilden helpen verven, en uiteindelijk hebben ze het gebouw verder zelf gerenoveerd en weer in gebruik genomen. Haar inbreng werd verder niet gewaardeerd en probeerden haar zelfs bang te maken. Haar missie als kunstenaar was wel voltooid.

http://www.portscapes.nl/eng/portscapes-exhibition-at-museum-boijmans-van-beuningen

Stationsgebouw in Fuentes de Ebro, nabij Zaragoza, Madrid-Barcelona 1997

Gedurende een week wilde ze een dorpje leren kennen en verbleef er in het spoorwegbedrijf van Spanje.

Er was een kantoortje in het gebouw, sinds de jaren 70 stond het leeg. Een spoorwegambtenaar woonde er nog in.

Zij maakte het schoon en maakte er een hotel van. Verblijf in het hotel zou gratis zijn. Feuntes de Ebro zou niet leuk zijn en  geen mooie plaats om naar toe te gaan voor een vakantieverblijf volgens de bewoners van het stadje. Lara vroeg een groepje mensen om er een week te logeren; ze maakte het schoon, schilderde alles en  zette er meubels in uiteindelijk met medewerking van de dorpsbewoners, die  hielpen met een werk en meubels.

Het was compleet volgeboekt met vrienden, er konden geen nieuwe gasten bij. Het hotel werd geopend op een vrolijke manier met een orkest en het was 48 graden buiten, mensen die niet in de ruimte konden luisteren moesten deze hitte weerstaan. Er was geen water.  Er was voedsel en wijn meegebracht door dorpsbewoners. Zij zien geen stedelingen, geen toeristen. Lara was bang dat bewoners het niet zouden accepteren. Ze kon het gebouw niet huren en zij vertelde de spoorweginstantie niet dat ze een hotel wilde maken. Zij vroeg hen om een expositieruimte en loog over de echte bestemming.  De bewoners vonden het uiteindelijk heel gezellig dat er veel gasten kwamen, jonge mensen die ruring brengen, oudere en jonge bewoners kwamen om beurten het hotel binnen om er mee te genieten. Lara verwachtte 12 gasten in de 8 kamers. Het doel van haar project: “Bewoners ontdekten het  gebouw opnieuw.” En na het project wilden zij het in gebruik nemen als hotel voor hun bezoekende kinderen.Lara verwachtte geen succes, de mensen van Fuentes waren zo verveeld en dit veranderde door haar project.

Amsterdam: aanbod gekregen om in een studio kunst maken, Frederiksplein. Ze wilde in de publieke ruimtes kunst te maken. Ze ging graven in een veld. Mensen zagen haar graven en reageerden op haar. 2.20 meter groot gat waar het water in stroomde, gestut met hout om niet in te storten,  haar docenten wilden een klassiek beeld, zij wilde graven. Dat is haar gevecht met de docenten. De machines hebben haar gat geëffend, toen was het project geëindigd. Ze werkte niet volgens klokuren, ze groef een maand lang zo af en toe als een performance. Ze wilde de historie zoeken in de grond. De mensen die haar zagen graven, maken het tot een kunstwerk, een performance. In tegenstelling tot het maken van een beeld liet ze geen beeld na. Ze vroeg zich al gravende af “Wat is mijn positie als kunstenaar?” Ze wilde haar handen vuil maken, was niet beschaamd te graven. Gaat grenzen over om in een publieke ruimte te gaan graven. Ze wil iets over de plaats weten door te graven in de grond. Ze vertelde niet dat ze een kunstenaar was en vertelde mensen niet wat ze moeten doen.

Alma wil vele lagen van de stad onderzoeken, zo ook in China;

http://vimeo.com/1643425?pg=embed&sec=1643425

Ontwikkelaars kunnen haar iets vertellen over een stad, bewoners, de geschiedenis.

In Madrid  was een opgraving van 15 meter diep en 4 km lang bezig. lara probeerde een groep mensen mee te nemen naar deze plaats van opgravingen, die vonden plaats van februari tot september, niet op zondag. Dit was bij uitstek een moment voor een rondleiding met Lara,  onder  een parkeergebouw konden mensen kijken in deze opgraving. Veel mensen wilden eraan mee doen, het was elke dag volgeboekt.Mensen  hadden het gevoel Catacomben bezocht te hebben, deze verse opgraving gaf mensen een beeld van wat je onder de grond ziet van de stad, waarin je leeft. Het was moeilijk om er te mogen kijken, zij werkte samen met een geoloog en had daarom permissie te rondleidingen te mogen doen.

Vuurtoren, onderzoekt de constructie van het materiaal, ze bestelde alle materialen

Sturm was sponsor, ze huurde het materiaal voor een maand. 1870 was het gebouw gebouwd. De burgemeester vond het interessant.

Als je het gebouw zou neerhalen en opnieuw bouwen wat zou er dan ontstaan.  Materiaal heeft ze naast de vuurtoren gelegd. Belangrijk was voor haar dat het materiaal er naast lag. Niet esthetisch neergelegd.

Als je kookt is het belangrijk de hoeveelheid van de ingredienten te hebben om het na te maken.

In Lyon in een expositieruimte legde ze de constructiematerialen in  deze ruimte. Vooral in een grote ruimte komt het materiaal goed tot uitdrukking.  15 cm  onder de grond als kruipruimte maakte het dat ze het materiaal niet torenhoog op een plek kon neer leggen om te voorkomen dat het gebouw in elkaar zou storten.

Constructiemateriaal is gerecycled in Wenen  recente expositie en dit materiaal heeft zij als materiaal nodig, om het gebouw te kunnen op bouwen. Deze materialen worden in een afgeschermde omgeving  bewaard, niet in publieke ruimtes. Ze speelt hier met angst in haar ideeën om van het materiaal en kanker te krijgen of ziek te worden.

1.224.49.942 ton materialen heeft ze in deze ruimte neergelegd.

Het is niet estehtisch, je zegt mensen wat ze niet moeten doen, mogen er niet aan komen. Ze zegt niet dat mensen het kunst moeten vinden. Ze wil anders zijn als kunstenaar, geen creatief werk, maar een keuze maken van wat je laat zien. Het volume aan bouwmaterialen laten zien naast een gebouw. Bezoeker kan een open vizier houden, wordt niet geleid iets te zien. Je bent je in een gebouw niet bewust van de materialen in een bestaand gebouw.

De denker van Rodin zet de Beweging  van een persoon in een beeld. Het materiaal is ondergeschikt, maar een besluit van je uitvoering van een idee, beweging. Je deformeert  een gebouw i.t.t. tot het creëren van een beeld.

Provoceert en opent visies van publiek.

Geplaatst in Beeldende kunst | 3 reacties