De betekenis van mode, een kunst

Paper filosofie.

Docent Jan van Heemst.

Op de textiel biënnale 2011 in Rijswijk stond dit beeld van Wen-Ying Huang (Taiwan ROC) tentoongesteld en heeft als titel “Uniform”. De vraag die ik mijzelf stelde was: “In welke kunstdiscipline dit werk ingedeeld zou kunnen worden? Mode, fotografie of beeldhouwkunst.” De tweede vraag die bij mij opkwam, was: ” Wat is de betekenis van mode? ”

De vorm van het beeld verwijst naar een kledingstuk, de jurk, een uniform gedragen door Taiwanees meisje. Het weefsel, waar het beeld uit gemaakt is, bestaat uit edelstaal , het is geweven met een digitaal gestuurde weefmachine, genoemd jacquard-weefgetouw en het dessin van de jurk is een foto van een meisje dat deze jurk aanheeft. Het dessin en het weefsel komen tot stand met het tekensysteem van de computer: enen en nullen. Dit wordt alleen zichtbaar voor de toeschouwer die bekend is met het tekensysteem van de mode en van de techniek, die gebruikt is om het weefsel tot stand te brengen.

Het beeld is niet meer in te delen in een kunstdiscipline; het is een interdisciplinair werk, waarin de fotografie iets toevoegt aan het beeld en andersom. De jurk, als uniform modebeeld, voegt iets toe aan het beeldhouwwerk en het beeld voegt iets toe aan de mode; vereeuwigt dit modebeeld. Het ‘Uniform’ behoeft geen lichaam om geëxposeerd te worden, het materiaal zou zelfs onplezierig zijn als kledingstuk voor de drager. De vorm van het beeld en de representatie van de jurk op het beeld verwijzen naar mode, het is geen mode in de zin van een draagbaar kledingstuk. Hier zijn wij op het snijvlak van de mode en kunst.

Dit brengt mij naar de semiotiek; een filosofie die zich bezig houdt met het wezenlijke karakter, het ontstaan (semiose) en het gebruik van tekens en tekensystemen, zonder hierbij de inhoud te betrekken. Roland Barthes benadrukt dat de semiotiek de eenheid vormt op het vlak van de vorm, niet van de inhoud. ‘Zij houdt zich met taal bezig, zij kent slechts een handeling: de lezing of ontcijfering.’(Barthes 1975)  ‘Modetermen karakteriseren het kledingstuk en de accessoires.’ Barthes verdeelt de kleding en accessoires in soorten; termen met een duidelijke verwijzing, en variaties; termen die gerelateerd zijn aan gestalte, identiteit, maat, etc. De jurk is een soort kleding en het materiaal waarvan het is gemaakt, een variatie. De naam van de ontwerper, de kunstenaar is professor in Taiwan op de universiteit voor toegepaste kunst, noemt Barthes onder de variaties: identiteit.

Fascinerend is dat de fotorepresentatie van de vrouw die het kledingstuk draagt, zich voegt naar de taal van het kledingstuk. De foto, die ik maakte van dit kunstwerk is geen exact kopie van de werkelijkheid, vanuit een bepaalde hoek gefotografeerd, met kunstmatig licht, warmer van kleur gerepresenteerd dan in werkelijkheid. De hoek van waaruit de foto gemaakt is benadert het beeld alsof het de ideale werkelijkheid wil benaderen. Het kunstwerk kan met deze foto niet als een kopie worden geëvenaard. Als de toeschouwer erom heen loopt, om het in alle dimensies te kunnen aanschouwen, wordt het kunstwerk een slechte representatie van de foto, omdat door de plooien in de jurk geen realistisch beeld meer geven van het afgebeelde meisje met de jurk.  In het kunstwerk wordt de anonimiteit van het uniform hier opgeheven door de weergave van een vrouw; de plooien in de rok verwijzen naar de verleiding, het wapen van de vrouw. Het gaat in dit object om de symbolische waarde die eraan toegevoegd wordt.

De betekenis van mode, de inhoud kan ik verklaren met de semiotiek van Charles Peirce (1839-1914). Hij komt in zijn semiotiek (tekenleer) tot een onderscheid naar tekensoorten. Er zijn  iconischeindexicale en symbolische tekens. Deze drie typen worden elk gekenmerkt door een andere relatie tussen het teken en hun object: er is een iconische relatie, dat wil zeggen er is een fysieke relatie tussen het object en het teken; de foto vertoont een gelijkenis met het gefotografeerde. Het van staal gewe-ven beeld vormt een gelijkenis met de jurk en het gefotografeerde.

In het kunstwerk, dat Valerie van Leersum presenteerde op de Textiel biënnale 2011 op onderstaande foto, verwerkte zij een colbert. Hier is sprake van een indexaal teken, zoals Peirce in zijn semiotiek beschrijft. Bij indexicale tekens verwijst het teken naar een object.

De betekenis van de lange uitgerekte armen in haar kunstwerk, die verwijzen naar uitputting, is de behoefte aan rust.
De stoffigheid van het kledingstuk verwijst naar het verstrijken van de tijd, en van hoe de kleding werd gebruikt, de geur, de rol en wie er werd verleid door de drager van het kledingstuk. In tegenstelling tot ‘Uniform’ behoeft dit kunstwerk in ieder geval een hanger of een paspop, maar mannequin zou deze jas niet kunnen showen. Ook hier bevinden we ons op het snijvlak van de mode en kunst.

Kleding en weefsels produceren naaktheid, zoals de preutse Venus, wier natte jurk onthult wat ze wil verhullen. Bibi van der Velden creëerde deze bruidsjurk “Till Death Do Us Part?” als een concept.

Ze wil hiermee zeggen dat het huwelijk geen rozengeur en maneschijn is. Ze heeft met schelpen, parels, koraal, vlinders, motten en kevers de vergankelijkheid van het huwelijk vastgelegd in haar creatie op de tentoonstelling ‘Mart Visser Kerkmeester’ (2011)

De witte sluier, gemaakt van doorzichtig kant, staat voor de kuisheid van de vrouw. Volgens Peirce is bij de symbolische tekens, de relatie tussen teken en object een zaak van regels, afspraken of willekeur. De witte sluier als oorspronkelijke teken wordt nu door de kunstenaar gebruikt om er iets anders mee aan te geven, namelijk de vergankelijkheid van het huwelijk. Ronald Barthes spreekt hier van de objecttaal van de sluier, die in deze sluier gebruikt wordt als metataal. ‘De mythe misbruikt het oorspronkelijke teken om er iets anders mee te betekenen.’ Een bijvoorbeeld: de naam van de ontwerper staat voor sociale status van de drager van zijn kleding. De mode is bijna synoniem voor de mythe.

Door het signeren van kledingstukken, voor het eerst gedaan door Charles Frederik Worth, een Franse/Engelse couturier in 1858, kreeg mode een andere betekenis. Door zijn naam in het kledingstuk te zetten werd het werk als een kunstwerk gesigneerd. Vanaf die tijd wordt haute couture als kunst beschouwd. Het is de tijd van de dandy, een aristocraat, die zich extravagant kleedt en flaneert om zijn kleding te presenteren, zijn Zelf te presenteren. Ook gebruikt Worth, als eerst couturier, mannequins om zijn creaties te showen aan zijn toeschouwers. Hij geeft als het ware een tentoonstelling van zijn kunstzinnige creaties. De kleding heeft zijn doel als gebruiksvoorwerp ontstegen.  “Mode is van dezelfde orde als tekenen, taal en fotografie. Zij is tijdelijkheid en de poging die te fixeren. Mode betekent niet alleen tijd, ze is tijd. Mode vernieuwt zichzelf en wordt in cycli hertekend, en wist het heden uit, zoals een spin zijn web opnieuw weeft en Penelope ’s nachts het weefwerk uithaalt om tijd te winnen.

Mode is een permanent proces van de constructie en deconstructie van de code. Derrida (1930-2004) haalt als filosoof de “principes” van deconstructie tevoorschijn, niet door theoretische uitleg maar eerder door demonstratie. Volgens Derrida lag de relatie tussen het teken en de referent niet vast, maar wordt die bepaald door context, de politieke overtuiging en vooroordelen van zender én ontvanger. Als voorbeeld hiervan bespreek ik twee voorbeelden van creaties van de show van Comme des Garçons.

Kawakubo laat sacrale kleding zien in de show “White drama’ 2011. Het levenspad van geboorte, huwelijk, dood en transcedentie vormen een spirituele dimensie aan de show met uitsluitend witte kleding. De lange mouwen verwijzen naar de kerkelijke kleding. De combinatie met de witte laarzen, die verwijzen naar de sixties, maar ook naar de laarzen van de medewerkers in de nucleaire centrales, geeft de ontwerper van Comme des Garçons; Kawakubo het nucleaire probleem in Japan aan. De perfecte mouwen verwijzen naar vergiffenis en zieleheil voor de mens. Balengiaca was de eerste couturier die het spirituele thema in de haute couture heeft geïntroduceerd.
Bij Ronald Barthes gaat het om het lezen van de mode/kleding. Met gebruikmaking van semiotische concepten bekijkt Barthes de mode vanuit het perspectief van een systeem van tekens in de vorm van objecten. De semiothiek van de mode is een nonverbaal communicatiesysteem dat van teken overschakelt op symbool, bezwaard met de last van de ervaring, of, als afzonderlijke taal, de specifieke kwestie van de dynamiek van de modetaal ver achter zich laat en het domein van de kunst betreedt.

Conclusie: Mode is een nonverbaal comunicatiesysteem met symboliek in de objecten, zoals we die in veel kunstvormen terugvinden. Derida geeft aan dat de tekens in een context gelezen moeten worden, maar dat de betekenis van tekens niet vast staan en gedemonstreerd moet worden. Roland Barthes zegt dat objecten een oorspronkelijke taal hebben en mode een metataal toevoegd aan de objecten, om er iets anders mee aan te geven.
In de postmoderne kunst wordt teruggekeken met een reflexieve blik, die naar eerdere stijlen en eerdere periodes uit de geschiedenis verwijst. Dit fenomeen is ook zichtbaar in de haute couture. De kledingstukken zijn authentiek en gesigneerd door de ontwerpende kunstenaar. Vanaf midden 19e eeuw wordt mode als kunstdiscipline erkend en overleeft de tand des tijds, evenals bijvoorbeeld de klassieke muziek en literatuur. In tegenstelling tot veel kunstvormen behoeft de Haute couture geen subsidies om zich te ontwikkelen. De betekenis van het kunstwerk is echter voor veel mensen niet meer te lezen, omdat veel mensen de tekens niet meer herkennen. Het lezen van een kunstwerk is vaak kijken naar historische afbeeldingen van geklede mensen. Ook hier is de kledingcode belangrijk om het narratieve element van de afbeelding te begrijpen.

Modeonderwijs kan hier verandering in brengen. Tenslotte dragen wij kleding, die onze persoonlijkheid uiterlijke gestalte geeft door ons met kleding te omhullen en waarmee wij gezien en beoordeeld worden.

Literatuur:

A.A. van den Braembussche, Denken over kunst. 2007 Uitgeverij Countinho
Mode en Verbeelding. Over kleding en kunst. 2007 Uitgeverij ArtEZ Press

Advertenties

Over impressionsofart

teacher, photografer
Dit bericht werd geplaatst in Beeldende kunst. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s